Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1
Vereniging voor Veiligheidsadviseurs
bottom

Binnenvaart

Vervoer over de binnenwateren

Het Inland Transport Comittee (ITC) van de Economic Commission for Europe (ECE) heeft in 1976 een ontwerp opgesteld voor de Europese Overeenkomst betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de binnenwateren (ADN). De voorschriften van het ADN waren slechts aanbevelingen. Inmiddels is op 25 mei 2000 een verdrag ondertekend, waarbij de voorschriften van het ADN van kracht worden op alle Europese binnenwateren als het ADN door ten minste 7 landen is ondertekend. Dit is op dit moment nog niet gerealiseerd. 

De Centrale Commissie voor de Rijnvaart (CCR) te Straatsburg heeft een Reglement voor het vervoer van gevaarlijke stoffen over de Rijn (ADNR) vastgesteld. Op grond van de Herziene Rijnvaartakte (Akte van Mannheim) van 17 oktober 1868 die tussen de Rijnoeverstaten en België is afgesloten heeft de CCR wetgevende bevoegheid. De voorschriften van het ADNR zijn in de Rijnoeverstaten dwingend van toepassing op de conventionele Rijn. In Nederland is het ADNR ook van toepassing verklaard op de overige binnenwateren en in België op de binnenwateren rond Antwerpen.

Het ADNR bestaat nu evenals de UN modelvoorschriften uit 7 delen die zijn onderverdeeld in hoofdstukken, secties en subsecties. Voor het vervoer over de binnenwateren zijn nog 2 delen toegevoegd. De titels van de delen 8 en 9 zijn:

8.         Voorschriften voor de bemanning, de uitrusting, de exploitatie van de schepen en de documenten.

9.         Constructievoorschriften voor drogeladingschepen en tankschepen

Inhoudelijk zijn de voorschriften waar nodig aangepast aan de specifieke omstandigheden van  het vervoer over de binnenwateren. In het ADNR is onderscheid tussen het vervoer in drogeladingschepen en tankschepen. Hierna volgen een aantal voorbeelden van de afwijkingen ten opzichte van de modelvoorschriften van de UN.

In deel 1 betreft dit achtereenvolgens de aanpassing van het toepassingsgebied, toevoeging van de veiligheidsplichten van de betrokkenen (afzender, vervoerder, geadresseerde, belader, verpakker, vuller en exploitant van transporttanks of tankcontainers), afwijkingen, overgangsvoorschriften en het aanstellen van een veiligheidsadviseur. Deel 2 is per klasse aangevuld met classificatiecodes, die o.a. worden gebruikt voor de indeling van niet met name genoemde stoffen. Tabel A, de UN-numerieke Lijst van Gevaarlijke Goederen, in deel 3 bestaat uit 13 kolommen.

Met uitzondering van kolom 3b zijn de eerste 7 kolommen gelijk aan de UN. In kolom 3b is de classificatiecode van de stof of het voorwerp vermeld. Daarna volgen achtereenvolgens de  bepalingen voor het toegelaten vervoer in verpakkingen, van los gestorte vaste stoffen en in tankschepen (8), de vereiste uitrusting voor drogeladingschepen (9), de ventilatie (10), de maatregelen tijdens het laden, lossen en vervoeren (11), het aantal blauwe kegels/lichten (12), en de extra eisen en aantekeningen (13). Tabel B is de alfabetische Lijst van Gevaarlijke Goederen en Tabel C is de Lijst van in tankschepen te vervoer toegelaten gevaarlijke goederen in UN-numerieke volgorde. Tabel C is met kleine aanpassingen en aanvullingen overgenomen van het huidige ADNR. Deel 4 is niet overgenomen. Verwezen wordt naar de voorschriften in deel 4 van het ADR, RID of de IMDG Code.

In deel 5 zijn de voorschriften voor het aanbrengen van gevaarsetiketten, merken en oranje borden op transporteenheden overgenomen van het ADR, RID en de IMDG Code. De vereiste informatie in het vervoerdocument en de aanwezigheid van andere documenten is aangepast aan de specifieke omstandigheden voor het vervoer over de binnenwateren.  Ook de voorschriften van deel 6 zijn niet overgenomen en wordt verwezen naar de voorschriften in deel 6 van het ADR, RID of de IMDG Code.

De voorschriften van deel 7 zijn geheel aangepast aan de specifieke omstandigheden van de binnenvaart..