Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1
Vereniging voor Veiligheidsadviseurs
bottom

Spoorvervoer

Het Reglement betreffende het internationale vervoer van gevaarlijke goederen over de spoorweg (RID) is van toepassing op het internationale vervoer van gevaarlijke goederen op het grondgebied van de Partijen die dit Reglement hebben ondertekend. Het RID is een bijlage bij de regeling vervoer gevaarlijke stoffen over het spoor (VGS) en valt onder de wet vervoer gevaarlijke stoffen (WVGS).

De Uniforme Regelen betreffende de overeenkomst van internationaal spoorwegvervoer van gevaarlijke goederen (CIM). Het CIM is bijlage B bij het Verdrag betreffende het internationale spoorwegvervoer (COTIF).

Het opstellen en wijzigen van de voorschriften wordt uitgevoerd door een Commissie van Deskundigen van het Centraal Bureau voor het internationaal spoorwegvervoer (OCTI) in Bern.

Onder de vlag van de Economic Commission for Europe (ECE) in Genève komt de Gemeenschappelijke RID/ADR-vergadering (Joint-Meeting) bijeen om adviezen uit te brengen die gemeenschappelijk zijn voor het spoor- en wegvervoer.

In de lidstaten van de Europese Unie speelt de Europese Commissie ook een belangrijke rol met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen. In dit kader zijn de Europese richtlijnen 96/49/EG van 23 juli 1996 en 96/35/EG van 3 juni 1996 van belang. Op grond van de richtlijn 96/49/EG, laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2000/61/EG van 10 oktober 2000 moeten de lidstaten de voorschriften van het RID zowel op het vervoer tussen de lidstaten als op het nationale vervoer van toepassing verklaren.

Het RID is inmiddels aangepast aan de nieuwe structuur van de modelvoorschriften van de UN.

De laatste versie is 1 januari 2013 in werking getreden met een overgangstermijn tot 1 juli 2013.

 

Het RID bestaat nu evenals de UN modelvoorschriften uit 7 delen die zijn onderverdeeld in hoofdstukken, secties en subsecties.

De titels van deze delen zijn gelijk aan die van de UN. Inhoudelijk zijn de voorschriften voor een groot deel gelijk aan die van de UN. Zij zijn echter waar nodig aangepast aan de voor het spoorvervoer specifieke omstandigheden. Hierna volgen een aantal voorbeelden.

In deel 1 betreft dit achtereenvolgens de aanpassing van het toepassingsgebied, toevoeging van de veiligheidsplichten van de betrokkenen (afzender, vervoerder, geadresseerde, belader, verpakker, vuller en exploitant van transporttanks of tankcontainers), afwijkingen, overgangsvoorschriften en het aanstellen van een veiligheidsadviseur. Deel 2 is per klasse aangevuld met classificatiecodes, die o.a. worden gebruikt voor de indeling van niet met name genoemde stoffen. De UN-numerieke Lijst van Gevaarlijke Goederen in deel 3 bestaat uit 20 kolommen, waarvan kolom 14 niet is opgenomen. Met uitzondering van kolom 3b zijn de eerste 11 kolommen gelijk aan de UN. In kolom 3b is de classificatiecode van de stof of het voorwerp vermeld. Daarna volgen achtereenvolgens de tankcode en bijzondere bepalingen voor het gebruik van RID tanks (12 en 13), de vervoerscategorie voor de vrijstelling (15), de bijzondere bepalingen voor het vervoer van colli (16), los gestort (17), laden, lossen en behandeling (18), voorschriften voor expresgoed (19) en het gevaarsidentificatienummer (20).

In deel 5 hebben de aanpassingen betrekking op het aanbrengen van oranje borden met gevaars- en stofidentificatienummers op spoorwagens en reservoirwagens. Dit geldt eveneens voor de vereiste informatie in het vervoerdocument en de aanwezigheid van andere documenten.  In deel 6 worden in aanvulling op de UN-aanbevelingen eveneens voorschriften gegeven voor het vervoer van gevaarlijke goederen met reservoirwagens.

De voorschriften van deel 7 zijn geheel aangepast aan de specifieke omstandigheden van het spoorvervoer.