Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1 Visual-1
Vereniging voor Veiligheidsadviseurs
bottom

Wegvervoer

De voorschriften van de bijlagen A en B van de Europese Overeenkomst betreffende het vervoer van gevaarlijke goederen langs de weg (ADR) zijn van toepassing op het internationale vervoer van gevaarlijke goederen op het grondgebied van de Partijen die deze Overeenkomst hebben gesloten. Het opstellen en wijzigen van de voorschriften wordt uitgevoerd door een werkgroep van deskundigen, de Working Party on the Transport of Dangerous Goods (WP.15) van het Inland Transport Comittee (ITC) van de Economic Commission for Europe (ECE), een organisatie van de UN die zijn zetel in Genève heeft.

Onder de paraplu van de ECE komt ook de Gemeenschappelijke RID/ADR-vergadering (Joint-Meeting) bijeen om adviezen uit te brengen die gemeenschappelijk zijn voor het spoor- en wegvervoer.

In de lidstaten van de Europese Unie speelt de Europese Commissie ook een belangrijke rol met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke goederen. In dit kader zijn de Europese richtlijnen 94/55/EG van 21 november 1994, 95/50/EG van 6 oktober 1995 en 96/35/EG van 3 juni 1996 van belang. Op grond van de richtlijn 94/55/EG, laatstelijk gewijzigd bij richtlijn 2000/61/EG van 10 oktober 2000 moeten de lidstaten de voorschriften van de bijlagen A en B van het ADR zowel op het vervoer tussen de lidstaten als op het nationale vervoer van toepassing verklaren.

 

De bijlage A van het ADR bestaat nu evenals de UN modelvoorschriften uit 7 delen die zijn onderverdeeld in hoofdstukken, secties en subsecties. Voor het wegvervoer zijn nog 2 delen toegevoegd, die zijn opgenomen in bijlage B van het ADR. De titels van de delen 8 en 9 zijn:

8.         Voorschriften voor de bemanning, uitrusting en exploitatie van het voertuig en de documentatie.

9.         Voorschriften inzake de constructie en goedkeuring van voertuigen.

De titels van de eerste 7 delen zijn gelijk aan die van de UN. Inhoudelijk zijn de voorschriften voor een groot deel gelijk aan die van de UN. Zij zijn echter waar nodig aangepast aan de voor het wegvervoer specifieke omstandigheden. Hierna volgen een aantal voorbeelden.

In deel 1 betreft dit achtereenvolgens de aanpassing van het toepassingsgebied, toevoeging van de veiligheidsplichten van de betrokkenen (afzender, vervoerder, geadresseerde, belader, verpakker, vuller en exploitant van transporttanks of tankcontainers), afwijkingen, overgangsvoorschriften en de aanstelling van een veiligheidsadviseur. Deel 2 is per klasse aangevuld met classificatiecodes, die o.a. worden gebruikt voor de indeling van niet met name genoemde stoffen. De UN-numerieke Lijst van Gevaarlijke Goederen in deel 3 bestaat uit 20 kolommen.

Met uitzondering van kolom 3b zijn de eerste 11 kolommen gelijk aan de UN. In kolom 3b is de classificatiecode van de stof of het voorwerp vermeld. Daarna volgen achtereenvolgens de tankcode en bijzondere bepalingen voor het gebruik van ADR tanks (12 en 13), het type voertuig voor tankvervoer (14), de vervoerscategorie voor de vrijstelling (15), de bijzondere bepalingen voor het vervoer van colli (16), los gestort (17), laden, lossen en behandeling (18) en het bedrijf (19) en het gevaarsidentificatienummer (20).

In deel 5 hebben de aanpassingen betrekking op het aanbrengen van oranje borden op transporteenheden en oranje borden met gevaars- en stofidentificatienummers op tanks met gevaarlijke stoffen in bulk en containers en vrachtvoertuigen met los gestorte vaste stoffen. Dit geldt eveneens voor de vereiste informatie in het vervoerdocument en de aanwezigheid van andere documenten.  In deel 6 worden in aanvulling op de UN-aanbevelingen eveneens voorschriften gegeven voor het vervoer van gevaarlijke goederen met tankwagens.

De voorschriften van deel 7 zijn geheel aangepast aan de specifieke omstandigheden van het wegvervoer.